Onrust

Ik wil niet meer
Niet meer vooruit, niet opzij
Gewoon hier stil staan
slapen bijvoorbeeld
Of met een witte wijn
in de tuin verdwalen
tussen de rozen en de bramen
Staren naar de druivelaar
die spint en sprint langs de muur

Ik wil rust
Ik wil niet langer zwaarbeladen
met verantwoordelijkheden en dagelijkse taken
verdwalen in maskers en talen
en het schrikbeeld van een lege koelkast
of een lekkende kraan

Ik wil stilte
met enkel de branding en het ruisen
aangename ochtenddieren geluiden
Het schemert nog
Maar in de tinnen koffiemok
ontwaakt de belofte van een zomerdag
De buurman respecteert mijn grenzen
Hij wikkelt een complexe conversatie in een glimlach

Ik wil niet meer onthaasten
Niet meer verzamelen
Niet meer verlangen
Niet langer mijn vluchtgedrag
In coaching-sessies beamen
Ik wil ademen
Ik wil de vrijheid om te zwijgen
De vrijheid om te stamelen

Ik wil niet langer verdrinken
in de alcohol
die gist op de schimmels van hoop
in dit schaduwleven
Ik wil de verbittering niet verbloemen
met honing en mosterd
Ik wil met geheven hoofd
de kers van de taart eten
en dan de taart
en dan de chocolade kruimels van het bord likken

Ik wil kleuren kunnen kneden
en klanken kunnen brouwen
Ik wil een boomhut kunnen bouwen
met uitzicht op Zwitserland en Zweden

Ik wil de diepte in
maar enkel om verhalen boven te halen
Ik wil geen kelders graven
Ik wil de aarde niet omploegen
Ik wil me bevrijden van het juk van mijn ongenoegen
Ik wil laveren langs de verfklodders
van mijn eigen schilderijen
Ik wil pootjebaden in een vijver
die nog niet is gezwicht voor de stad
Ik wil richting maar geen pad
Ik wil geen voorgekauwde kiezels
die een vertaler al in zijn mond heeft gehad

Ik hoef geen koninkrijk of paleis
geen tempel, volgelingen of onderdanen
Gun me af en toe een wereldreis
waar mijn wandelschoenen me kunnen dragen
Gun me dagen zonder mening
zonder counterstrike van het leger der verongelijkten

Ik wil niet strijden
op een slagveld dat lijkt
op huiskamers en winkelstraten
waar oude vrienden naast elkaar praten
in quizvragen en verwaterde woorden
aangelengd en aangescherpt
door bijgeloof en winstbejag
korte termijngeheugen
De waan van de dag

Ik wil loslaten en hervinden
Ik wil één of twee goede vrienden
en één persoon
die me af en toe in de armen sluit
Ik wil de zon in mijn gezicht
Ik wil de maan, blauw in mijn nachten
Ik wil een vrouw die mijn gedachten
met de zachtheid van haar huid verlicht

Ik wil de dofheid uit mijn ogen vegen
Mijn voeten van het rempedaal
Ik wil mijn duivels de vrijheid geven
zodat ik hen eindelijk kwijt geraak

Ik wil pijn en wonden
draaglijk maar aanwezig
zodat ik voel dat ik leef

Ik wil eerlijk, eenvoudig en echt
Ik wil heel veel tinten grijs tussen goed en slecht
Ik wil een blikken doos vol verleden
meestal gesloten om niet te veel te zweten

Ik wil ja en dank u en goedendag
Ik wil samen en respect
een handruk, een schouder, een glimlach
Ik wil alles doen wat nog mag
Ik kijk uit naar de dag
dat alles zit vervat
in de werkelijkheid van wie ik zal zijn
dat ik tevreden, zacht en stil
me niet meer afvraag wat ik wil

Geplaatst in Gedichtje en getagd met .

2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *