Jager/Dier

Soms verdwaal ik
In het land van de onmogelijke vrouwen
Waar mannen als wandaden
Hun walmende zweetdruppels achterlaten
In urinoirs en wijnglazen

Ze dansen, de vrouwen
Ze dansen en drinken
Ze slingeren rond me
Aan doornen lianen
Ze drinken en dansen en tranen
Ze slingeren en vluchten en draaien
Als vlinders rond vuur
Ik word vloeibaar
Ik staar en tuur

Vrouwen staren stil
Ze fonkelen dronken
En donker als de maan
Helder als nachtegalen
Waterstralen zingen
Alsof ze het beest willen bedwingen
Ze laten het beest druppelsgewijs
Binnendringen

Ik verdwaal
Ik blijf spoken jagen
Vaag zit ik verdoken
Ik kan hen niet aanraken
Als de jager wint
Wordt het dier geboren
De man met de bijl
Heeft geen andere keuze
Dan het dier te vermoorden

Voorlopig houden de dijken stand
Ik lijk in goede handen
Ze willen me verzorgen
Met diepe ogen en geladen glimlach
Wacht ze me op in het zwart
Verward en verlangend
Blijk ik hangen
Alsof er geen uitweg is

Ik vertrouw op tijd
En mijn onhandigheid
Tot het moment is verlopen
Verdwaald, verdwaasd rest een hoopje nacht
Ergens wacht een zwarte glimlach
Slingerende drinkers zinderen
Tot laat in het stenen bed

Posted in Gedichtje and tagged .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *